Geschiedenis van taxi

Scooterrijbewijs Den haag

van taxi-exploitant,[1] dat oorspronkelijk verwees naar een straatverkoper in de Oude Wereld, waar een gewone verkoper op straat zijn waren te koop aanbood tegen een kleine vergoeding (vergelijk de Duitse Heißteller).[2] In de negentiende eeuw werd de term gebruikt voor Ierse boerenkooplieden – een op een sjacheraar gelijkende figuur – en in de jaren 1920 voor een struikrover. Cab en de term taxi zijn van Ierse oorsprong en dateren uit de 17e eeuw, toen ze respectievelijk verwezen naar huckster en caravanserai. (Cabman, een doorgeefluik tussen straatverkopers en de dichtstbijzijnde herbergen – vaak chique herbergen zoals de Strand of de Dún Aengus – stond in de literatuur bekend als een anachronisme, een nep-Ier – het is zijn populariteit die deze verwarring aantoont). Het woord taxi is een verbastering van het 15de eeuwse fortcer, een variant van (“spelen,” met iemand afspreken door het gebruik van een auto te ruilen tegen diensten, gevolgen of iets anders).[3] De truckamorfische taxi’s zijn lang een hoofdbestanddeel geweest van de kitchin, de dagelijkse slangversie van de Londense kranten (zie hieronder).

Inhoud

Meningen van moderne straatverkoper vs. taxi

Het kan moeilijk zijn een onderscheid te maken tussen “Cab” (of vrachtwagen) en “Cab Taxi” en de massa houdt het midden tussen die twee. Velen zeggen dat ze straatmuzikanten zijn of fietsers of caravans met een rekening, of zelfs een roadster met een Brits kenteken. De termen roadster-cab, caravanserai en taxi hebben deze titanenstrijd in de Engelse taal ondergaan sinds hun ontstaan in de 16e eeuw.

Ik heb verschillende mensen ontmoet die beweren een vergunning te hebben in Londen en die beweren dat ze kunnen onderhandelen met taxichauffeurs en snel een prijs kunnen krijgen. Als ik hen niet kan overtuigen over de prijs, zeggen ze: “Wilt u een escorte? Dan trekt een van de kerels vooraan op en legt discreet zijn hand op de bovenkant van mijn rij aluminium voorlichten. De figuur met de capuchon van achteren zet een rode auto op de stoep achter hem af en vraagt me “toevallig” of ik een taxichauffeur ben. Ik had geraden dat hij een trucker was vanwege zijn liefde voor chroom en het bleek dat hij de waarheid sprak. “Oh,” zei hij, “ik ben maar een verkoper.” “Ik ken ze allemaal uit mijn hoofd,” zei hij, erop hintend dat hij er misschien zelf een was. Vervolgens gaf de taxichauffeur als een miljardair een lezing over zijn waar en bood een stoel aan het raam aan degenen die bescherming tegen de regen wilden. Ik vroeg hem waarom hij zijn spullen niet in een tuinhuisje kon verpakken. “Dit is een herenclub, geen Londense rugbyclub,” zei hij grinnikend. Hij kleineerde de rugzaktoeristen buiten met een sneer, ik huiverde.

Voor zover ik kan zien, is er geen echte economische rechtvaardiging voor taxichauffeurs, Shh we lachen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *